Voor wie het nog niet had meegekregen: ik heb het dwaze voornemen geuit om op mijn veertigste nu echt eens serieus werk te maken van taalvaardigheid in twee dode talen, Latijn en Grieks. Nu zijn voornemens er om ook weer te breken, maar dit voornemen heeft te maken met een al langer durende onvrede, die er eigenlijk op neerkomt dat ik - om de woorden van @fzwaan maar te gebruiken - wel een beetje een "gemankeerde gymnasiast" ben. Ik schreef daarover al eerder, toen ik de complete Ilias en Odyssee in vertaling ingeademd heb. Dat is laatste is ook het bewijs dat voornemens niet altijd hoeven te stranden, zelfs niet als je al eerder een poging of een aanzet daartoe hebt ondernomen.
Studeren is voor mij een natuurlijke bezigheid, ik lijk niet zonder te kunnen (via een "passieworkshop" vanuit mijn werk werd dit onlangs nog "bevestigd"). Als ik om welke reden dan ook ooit niet meer mag, kan of hoef te werken voor een inkomen, dan weet ik direct hoe ik mijn tijd ga besteden, en dat hoeft - zolang er teksten en bibliotheken bestaan - niet veel geld te kosten. Door het werkende leven echter ben je wel het, wat ik maar noem, "ouderwetse leren" een beetje verleerd. Gewoon methodisch door een boek heengaan, beginnen bij les 1 tot en met de laatste bladzijde, rijtjes woorden in je hoofd krijgen, etc. Afgelopen week heb ik dan ook met name wat rondgecirkeld rondom enkele boeken, erin gesnuffeld, gekeken of ik nog wat kon onthouden (ja, alles doet het nog), gelezen in een Engelstalig eBook over de taalgeschiedenis van het Latijn, kortweg wat aan het "browsen" om in ons hedendaagse Latijn maar een te zeggen: in de trein, in bed, in de leesstoel. Maar ik besefte ook: dat blijft even leuk, maar gaat zo niet werken als er niet op een of andere wijze progressie is waar te nemen. En progressie kun je alleen opmerken door te toetsen: meten is weten. Om die reden ben ik gisteravond gewoon echt begonnen, niet in hoofdstuk 1 of 2, want die had ik al vaker "gezien", maar bij les 3. Eenvoudig maar niet te simpel, want te weinig uitdaging ontmoedigt ook. Lezen, proberen te onthouden, oefeningen maken.
Hoe pak ik het aan? Ik heb geen leraar, tutor o.i.d. en misschien zou ik toch een keer ergens aansluiting kunnen zoeken. Ik ben voor een groot deel een zelfkazer, of wat je met een deftig, Grieks woord ook wel autodidact noemt. Uit twee redelijk bekende, niet al te simplistische methodes (en niet teveel plaatjes), Via Recta en Tirocinium Latinum (beide heb ik in huis, je vindt nog wel eens wat bij een kringloop) heb ik de laatste gekozen omdat die iets toegankelijker is en voor mij duidelijker uitlegt waar ik het nodig heb. Veel van die methodes zijn namelijk niet zo heel geschikt voor zelfstudie omdat ze heel beknopt in uitleg zijn en alleen de vormen tonen - de rest vertelt de klassiek geschoolde docent er normaliter bij. Als je blijft steken in grammaticale exercities, kun je zelfs ontmoedigd worden door de veelheid aan verschijnselen en vormen ("hoe moet ik dat ooit allemaal onthouden") en de verwarrende samenhang van alles (een bepaalde uitgang kan 2e naamval enkelvoud maar ook 1e naamval meervoud zijn, er zijn onzijdige woorden met uitgang -a terwijl je net geleerd hebt dat enkelvoud 1e naamval is voor vrouwelijke woorden, et cetera). Het enige wat helpt, is gewoon te beginnen met vertalen. Het leerboek reikt, geleidelijk opbouwend, redelijk begrijpelijke zinnetjes en zinnen aan. Wat ik doe, omdat ik geen sleutel of docent heb, is eerst vertalen van Latijn naar Nederlands, conform bedoeling van de oefening in het boek, maar dan - zonder te kijken - terugvertalen vanuit mijn Nederlands naar het Latijn. Als daar dan iets anders staat dan in het boek, dan heb ik iets uit te zoeken. Het helpt ook wel als je van huis uit enige kennis van / affiniteit met grammatica hebt. Ik heb ook gemerkt dat je het daardoor beter onthoudt. Het gevaar bij dode talen is dat je je concentreert op "alleen lezen", omdat wij in die talen niet snel iemand een brief zullen schrijven, chatten, twitteren, spreken o.i.d. en dat men daardoor vaak geneigd is alleen te vertalen van vreemde taal naar eigen taal. Taalvaardigheid kan daar veel baat bij hebben, maar neemt nog sterker toe door eigen "taalproductie". Misschien zou je dus wel in het Latijn moeten twitteren... en niet alleen de bekende voorbeeldzinnetjes maar ook zelf gemaakte combinaties. We zullen zien.
Of ik nog iets aan mijn kennis van het Italiaans heb? Ja en nee. Op het niveau van woordenschat zeker, en ook wel in de manier waarop bijvoorbeeld werkwoorden vervoegd worden en klemtonen gelegd worden. Dat de wij-vorm (1e persoon meervoud) in de o.t.t. van werkwoorden in het Latijn uitgaan op -mus (vocamus) en in het Italiaans -mo (parliamo), doet belletjes rinkelen, zoals wel meer. Maar tegelijk besef je hoe zeer het Italiaans (dat toch de directe erfgenaam van het Latijn is) van het Latijn verschilt. Hoeveel makkelijker het Italiaans (of, zo je wilt, moeilijker het Latijn) voor ons is, gewend als wij zijn aan relatief weinig vervoegingen (werkwoorden); laat staan verbuigingen en naamvallen, die in het Latijn voor veel woordsoorten van toepassing zijn en in het moderne Italiaans geheel ontbreken. Waar moderne talen veelal voorzetsels, woordvolgorde e.d. gebruiken om iets specifieks uit te drukken, daar kennen talen als Grieks, maar vooral het Latijn een enorm scala aan woordvormen die heel specifiek zijn. Die er overigens ook de charme van uitmaken, omdat ze qua zinsbouw weer veel vrijheid bieden.
Het zal niet voor niets zijn dat we in het onderwijs niet elke 12-jarige hiermee "lastigvallen". Dat neemt niet weg dat ik met terugwerkende kracht graag dit had willen meenemen in mijn bagage. Toen het geheugen nog jong was en makkelijker te trainen. Toen de tijd nog niet gevuld werd door de alledaagse bezigheden om den brode en wat je niet al doet als volwassene.
0 reacties:
Een reactie plaatsen