Maandag 1 augustus
Morgen laatste dag, woensdag gaan we richting Nederland. Doordat we maar met de helft van ons gezin zijn, hebben we allemaal wel wat last van heimwee. Om niet verder te verbranden in de zon en we dus niet meer veel tijd in deze regio zijn, gaan we vandaag nog weer op pad. Morgen is er nog genoeg tijd voor zwemmen en vertier op de camping zelf. Vage planning voor vandaag: Narni, Terni, Spoleto en/of Orvieto.
De rit naar Terni duurt langer dan we hoopten. Het is een drukke en rommelige stad. Ik besef dat ik me beter had moeten voorbereiden, want nu kan ik niets vinden. We hadden wellicht ook beter de trein kunnen nemen, want een parkeerplek vinden is niet eenvoudig, zoals in de meeste Italiaanse binnensteden – Assisi was een gunstige uitzondering. Zo onvoorbereid en gedesoriënteerd valt het bezoek wat tegen, wat niet noodzakelijk aan de stad ligt. Ze is me te groot en te klein. We hangen nog wat rond bij het ranzige spoorwegstation, eten een warm broodje dan wel rijk gevulde en van chocola voorziene koek en keren dan terug naar de auto, nog voor de parkeermeter (max. 1 uur) verlopen is. Op naar Narni.
Narni is een behoorlijk formaat kleiner en vooral rustiger en ligt tegen een berg aangebouwd, wat ik altijd een charme vind van die kleinere plaatsen op het Italiaanse platteland. Het is zo warm dat je ook die luidruchtige grote krekels hoort, ook zo typisch voor de gebieden waar wij meestal terecht komen (Toscana, Lazio, Umbria). Narni bevat nog volop middeleeuwse en andere oude huizen en straten. Je moet er veel bergop en bergaf lopen. Het midden van veel van dergelijke straten is voorzien van talloze treden waardoor je aan een eindeloze trapreeks begonnen lijkt. Geen toeristen te zien. Sterker nog: zo rond de middag helemaal geen mens te zien. Iedereen aan de siësta, en terecht, want het is aardig heet geworden.
Ons doel is het kasteel helemaal boven bij de top. Wellicht hadden we beter met de auto verder omhoog kunnen komen, maar nu stijgen we door de mooie stad langzaam omhoog en zien we adembenemende uitzichten van de omgeving van het stadje. De weg stijgt nog verder en verlaat de bebouwde kom. Onderweg komen we een Italiaans gezelschap van 4 mensen tegen die ons waarschuwen dat het kasteel pas om 15.00 uur weer open gaat. Echte siësta dus. Het is nog geen twee uur, dus hebben ruim de tijd om er te komen. Ik antwoord dat we wel kunnen wachten. De kinderen klagen een beetje over de hitte en worden ook tegenover elkaar hierdoor wat minder verdraagzaam. Gelukkig hebben we Eline's voorstel opgevolgd om nog wat nieuwe flesjes drinken te kopen, beneden bij de parkeerplaats, want bij dit weer kun je tekort aan water (en suikers) bijna niet aanvullen.
Vlak voordat we het kasteel bereiken, treffen we een overdekt fonteintje aan, waarvan het water uit een bron afkomstig is, maar helaas non potabile en ook niet sottoposto al controllo (niet onderworpen aan kwaliteitscontrole). Het is er wel lekker koel en aan het koude water koelen we onze hoofden en de door de warmte ernstig jeukende muggenbeten. Terwijl de kinderen zich met het water vermaken, schrijf ik verder aan dit verhaal, zittend op een muurtje. Het is eerlijk gezegd een heerlijke verpozing, en een stuk beter gestemd vervolgen we tegen drie uur de tocht, waarna we het kasteel al snel bereiken. De poort is nog gesloten en tot onze onaangename verrassing is het kasteel in augustus (en laat het nu vandaag net 1 augustus zijn) en september pas om 16.00 uur weer open. We hoeven er niet lang over na te denken: nog een uur wachten gaan we niet doen, waarschijnlijk zie je vanbinnen ook alleen maar weer stenen (zo sussen we ons cultureel geweten) en ik wil ook nog naar Spoleto, dat op de route terug ligt. Ook mislukkingen hebben hun zin, het is maar hoe je er tegenaan kijkt: we hebben in een prachtige omgeving gelopen onder een stralende en heerlijke warme zon. Veel beter kun je het eigenlijk niet krijgen.
Als we weer afdalen richting de parkeerplaats horen we gedonder in de verte. Onweer? Dat kan toch niet, er is in de hele omgeving letterlijk geen wolkje aan de lucht. Het gerommel houdt aan. In de uiterste verte tot waar je kunt zien, boven de bergketen aan de overkant van het brede dal lijken zich donkere wolken samen te pakken. We stappen in de auto en zetten koers richting Spoleto. Onderweg zien we inderdaad een smalle regenkolom in de verte, een soort regengordijn met een heel plaatselijke bui. Op enkele foto's die Eline, terwijl we rijden, heeft gemaakt, is het enigszins te zien. Even later rijden we zelf onder donker wolken door en vangen we wat regen. Qua hoeveelheid is het allemaal niet indrukwekkend, maar toch jammer.
Voor we Spoleto inrijden brengen we een bezoekje aan San Sabino, dat enkele kilometers buiten het stadje ligt. Een prachtig kerkje uit de 11e/12e eeuw, met een mooi altaar en een aantal heel mooie muurschilderingen. Twee mensen, die zitten te bidden, kijken verstoord achterom als we binnenkomen. Uit respect maken we zo weinig mogelijk geluid en probeer ik zo onopvallend mogelijk een foto te maken, maar zonder flits mislukt elke poging. De man en de vrouw, in twee banken achter elkaar zittend, beginnen een uitvoerig samengebed hardop. Helemaal uit hun hoofd. Het duurt zodanig lang, dat ik de indruk krijg dat ze niet ophouden voordat wij weg zijn. Als er vanuit buiten een rukwind tegen de kerk blaast, kijken ze nogmaals verstoord om. Ze lijken geen prijs te stellen op onze aanwezigheid bij hun intieme samenzijn. Snel maken we ons weer uit de voeten.
Als we in Spoleto aankomen, regent nog steeds een beetje. Spoleto is duidelijk weer wat groter en door de diverse bouwlagen tegen de berg op wat verwarrend qua straatjes. Dat zullen we nog wel te weten komen! We zoeken met enige moeite een parkeerplek, vinden er toevallig eentje die gratis is, met parkeerschijf, maximaal een uur. Gezien het weer en bijbehorende lage verwachtingen, kan dat wel eens voldoende zijn. We gaan eerst verkennen. Maar in plaats van duidelijk te kijken waar we naar de auto precies hebben neergezet en waar we toe lopen of één straat aan te houden, komen we via wat kriskras weggetjes naar boven per ongeluk bij de kathedraal (duomo) terecht. Onderweg wel een ijsje gegeten en een souvenir voor Edith gekocht. Enkele foto's gemaakt.
De kathedraal bevat ook weer wonderlijk mooie schilderingen, waarin weer dat mooie, wat donkere blauw is verwerkt. Het loopt echter tegen zes uur en dat betekent dat onze parkeertijd verloopt. Laten we maar weer eens teruglopen.
Het verhaal, beste lezer, dat ik je nu ga vertellen, vertel ik met de grootste schroom. Ik heb zelfs lang geaarzeld of ik het wel wilde vertellen. Dat heeft twee uiteenlopende redenen. Ten eerste zou je kunnen denken dat ik, om het verhaal wat Schwung te geven, er wat bij verzin en gebeurtenissen dramatiseer. Aan de andere kant, gesteld dat het waar is wat hier beschreven gaat worden, dan zal mijn rol bij de gebeurtenissen mij in een dergelijk daglicht stellen, dat ik er slechts met schaamrood op de kaken aan terugdenk.
#
Wat namelijk het geval is, is dat we de auto kwijt zijn. Kwijt? Ja, we weten niet meer waar we hem geparkeerd hebben. Hebben deze keer ook geen expliciete omgeving “vastgelegd”, noch in geheugen, noch op foto. Een lange tocht van zoeken begint. Na een half uur wend ik me tot een restauranthouder die in de deur staat. Ik beschrijf het type parkeerplaats, maar hij kan ons ook niet helpen, totdat een vriend van hem passeert en hij vraagt of die niet een stukje met ons kan meelopen. Zaten we nu boven of beneden in de stad. Dichtbij het centrum toch? Maar waar dan? De vriendelijke man blijft geduldig en loopt wel een uur met ons mee door heel Spoleto. Geen auto, geen straatje dat wij herkennen. Nou ja, herkennen wel, maar dat komt omdat we op een gegeven moment bepaalde straten wel vier keer doorgelopen zijn.
Wat namelijk het geval is, is dat we de auto kwijt zijn. Kwijt? Ja, we weten niet meer waar we hem geparkeerd hebben. Hebben deze keer ook geen expliciete omgeving “vastgelegd”, noch in geheugen, noch op foto. Een lange tocht van zoeken begint. Na een half uur wend ik me tot een restauranthouder die in de deur staat. Ik beschrijf het type parkeerplaats, maar hij kan ons ook niet helpen, totdat een vriend van hem passeert en hij vraagt of die niet een stukje met ons kan meelopen. Zaten we nu boven of beneden in de stad. Dichtbij het centrum toch? Maar waar dan? De vriendelijke man blijft geduldig en loopt wel een uur met ons mee door heel Spoleto. Geen auto, geen straatje dat wij herkennen. Nou ja, herkennen wel, maar dat komt omdat we op een gegeven moment bepaalde straten wel vier keer doorgelopen zijn.
De kinderen worden langzamerhand echt moe en wanhopig, we krijgen honger en dorst. Domme vader ook! Ik put me uit in excuses, ook tegenover de behulpzame Italiaan, die iedereen lijkt te kennen en door velen herkend wordt. Ciao! Salve! Zelf word ik ook een beetje moedeloos. Als het zometeen donker wordt, hebben we er een uitdaging bij, denk ik zo. De man belt naar de stadsverkeerswachten, maar die hebben geen auto weggesleept, noch een Nederlandse rode Daihatsu gezien. Nog wat telefoontjes, onder andere naar de politie. Met veel drama legt de man uit dat een turista olandese met drie kleine kindertjes die het koud krijgen (koud?) en honger hebben en huilen, zijn auto kwijt is en een beetje confuso is geraakt door alle straatjes. Hij zal toch niet gestolen zijn? Ik ga al uit van een hotelovernachting in Spoleto.
Tot slot houdt de man een patrouillerend team van de polizia municipale aan. Na enig heen en weer gepraat en gebel met het kantoor (door de vrouwelijke agente wederom een dramatisch verhaal met alle bovengenoemde ingrediënten). Uiteindelijk mogen ze met ons op pad en even later zitten we met zijn vieren op de achterbank. Van de behulpzame stadsbewoner nemen we afscheid en ik bedank hem hartelijk voor zijn hulp.
Of we wel even twee minuten hebben, want ze worden opgeroepen om een situazione met een verkeerd geparkeerde vrachtwagen op te lossen. Natuurlijk hebben wij twee minuten. Als boeven achter in de politie-auto, het heeft ook wel iets avontuurlijks en de kinderen hoeven, afgemat als ze zijn, niet meer te lopen. Ze hebben heel wat kilometers afgelegd met die verstrooide vader. Na ongeveer 20 minuten rondrijden, nog eens beschrijven welke kenmerken de parkeerplaats had (in fila “in een rij achter elkaar”, discoradio “parkeerschijf”, un'ora “een uur”, blauwe lijnen), rijden we het straatje in (vanuit tegengestelde richting) en zien we nu aan de linkerkant ons rode dopje. Eindelijk! Grote vreugde en opluchting op de achterbank. We bedanken de politiemensen uit de grond van ons hart. In social media termen: +10 voor deze behulpzame Italianen, politie en burgers. Ik stel me voor dat ik geen Italiaans had gesproken; hoeveel moeilijker was de communicatie dan wel niet geweest. Nu begrepen we elkaar, hoewel niet op alle details, maar structureel wel.
Eenmaal in ons autootje besluiten we meteen helemaal terug te rijden naar de camping. Het is al bijna acht uur en we willen nog eten, wat we deze keer in het restaurant bij de camping gaan doen. Net na negenen rijden we de poort binnen, en eten we met een groot gevoel van opluchting de pasta en de maiale grigliata. Een karaf wijn om de schrik weg te drinken.
Beste lezer, spannender dan dit kan ik ons verhaal niet maken. Morgen nemen we een rustdag en pakken we in, waarna we vertrekken richting Nederland. Hier houdt ons verhaal dan ook op. Alleen in voorkomende gevallen zullen we in een epiloog achteraf nog verslag doen. Bedankt voor het volgen en buona giornata tutti!
0 reacties:
Een reactie plaatsen