dinsdag 26 juli 2011

Danny en de meiden in Italië (1)


Zondag 24 juli
Het is eindelijk zover: we mogen weer naar het zuiden vertrekken. We, dat is in dit geval: Eline, Marjolein en Juliette, en natuurlijk hun vader, ondergetekende. Het idee is een rondreis door de Alpen en vooral Italië. Met iglotentje voor 4, en alle beperkingen die horen bij dit primitief soort kamperen. Extra uitdaging: vervoer bestaat uit een klein dopje, bekend onder de naam Diahatsu Cuore, ergens begin jaren '90 gefabriceerd, pas nog nagekeken en van een “vakantiebeurt” voorzien. Ik ontdek al snel dat ik een aantal denkfouten heb gemaakt:
  • De combinatie Danny en primitief kamperen.
  • De combinatie kinderen en rondtrekken (met primitief kamperen als nuttige toevoeging in deze combinatie.
  • De combinatie primitief kamperen en bergen en bijbehorende lage temperaturen.
  • Een 0.8 liter motor brengt ons, overbeladen en al, wel over alle passen heen.
We zijn nog geen 100km onderweg, of een behoorlijke portie realisme overvalt mij. Al in de Belgische Ardennen blijkt ons dopje het maar moeilijk te trekken, dat beetje bergop. Hoewel de motor zeker niet oververhit raakt, stel ik meteen mijn verwachtingen bij: geen Stelvio of Bernina passen. Zelfs Gotthard misschien beter per tunnel genomen. Overigens zorgen de niet heel goede weersvoorspellingen voor het Alpengebied (inclusief Noord-Italië) voor nog meer bedenkingen bij de oorspronkelijke plannen.

We rijden eens anders dan het bekende rijtje: Bonn, Koblenz, Karlsruhe, Freiburg, Basel. Onder meer omdat via Teletekst en internet te zien is dat op zondag beroemde Formule-1 races zullen plaatsvinden, wat tot een hoge fileverwachting voor het eerste stuk tot Koblenz leidt. We rijden dus via Luik, Verviers, Malmédy, St. Vith, Prüm – en dan zo verder Duitsland in. Eigenwijs dat ik ben gebruik ik eerst ons navigatiesysteem Mio niet, te wijten aan een ingebakken wantrouwen tegen navigatiesystemen. Alleen, hoe nu verder? Kaart van Duitsland ligt thuis, die van België houdt qua dekking al snel op...

Toch maar de Mio aanzetten, meteen in de oplader, dan kunnen we er lang mee doen. Meteen lijkt mijn wantrouwen t.a.v. navigatiesystemen terecht: ik wil naar Koblenz, systeem stuurt ons een hele andere kant op. En zo verkennen we het gebied, met een paar extra lussen in de route, grondig... Opeens gaat een lampje branden (en daar blijkt het gebrek aan “kaartoverzicht” en “niet-grondige voorbereiding” zich te wreken): we zijn – in noord/zuid verhoudingen gedacht – Koblenz natuurlijk al lang voorbij! Ik zie ineens dat ik hardnekkig in noordoostelijke richting probeer te rijden. Laten we dan toch maar de aanwijzingen van Mio volgen. Die leidt ons via Saarbrücken (waar we compleet door de stad moeten rijden, van de snelweg af) zelfs de Franse grens over. Frankrijk? Dat hadden we niet bedacht!

Via Straatsburg komen we uiteindelijk in Mulhouse uit, en rijden we – voor ons een première – via de Franse grens Zwitserland binnen. Bovendien geeft Mio al een aantal keer “low battery” aan... Laadt dat ding dan niet op? Wat doe ik fout? Probleem: ook de telefoon laadt niet op, dus het is de aansluiting in de auto. Mogelijk een zekering doorgebrand, maar misschien ook erger. Dat is geen goed nieuws, want zowel mini netbook als telefoon als Mio hebben deze vorm van infuus nodig om in leven te blijven. Ook al naderen we bekend gebied, voor de toekomst, min of meer efficiënt te rijden naar de beoogde campings kan het ding handig zijn. Ik besluit het probleem uit te stellen: morgen zijn we in Italïe en dan zien we wel verder. Misschien dat een “servizio” langs de weg kan helpen. Wat een leek ben ik ook!

En dan zijn we opeens in Basel, bekend gebied. We zijn ruim 600 km verder, en heel wat uren verder. Wat nu? Nog doorrijden tot Luzern? Te ver. Kamperen bij Basel? Te saai. We besluiten om nog wat door te rijden, maar ik merk dat ik vermoeid raak. Het wordt Aarburg: volgens de ANWB campinggids (editie 2008) zou dat een betaalbaar alternatief zijn. Dat is ook meteen alles wat je er over kunt zeggen, ja en dat het goedkoop is en dichtbij de snelweg ligt. Goedkoop is in Zwitserland een zo goed als niet bestaand fenomeen, dus we tellen onze zegeningen en nemen de plek toch maar.

Eten is ook al zo´n uitdaging als je je hebt ingesteld op zelf potje koken, low budget, houdbaarheid zonder koelkast, en vervolgens ontdekt dat de camping geheel geen winkel heeft, het zondagavond is en dus alles dicht. Gelukkig waren we zo vooruitziend geweest om in een wegrestauratie een pakje gedroogde soep met balletjes, 2 blikjes tonijn en nog wat graankoekjes in te slaan. Voor eerste keer op dat setje gekookt. Viel niet tegen, al lieten we in alle ongeorganiseerdheid de soep wel wat overkoken.

Aarburg is een mooi vestingstadje op een heuvel, met als uitzichtspunt en in de 19e eeuw herboued kerk en een vesting. Om de tijd te doden en de vermoeidheid te stimuleren, beklimmen we de heuvel en komen zelfs boven bij de kerk uit van waaruit we het gebied goed kunnen overzien. Tussen camping en stadje, in de directe nabijheid, is kermis, en een bont en wat morsig volkje zwerft eromheen. Niet al te veel overlast en na 22.00 uur is alles stil.

De camping zelf ligt echter aan een snelstromende rivier en aan een spoor, waar – zo blijkt na inchecken en betaling – elke 3 minuten een trein passeert. 's Nachts “iets minder”, maar tegen de ochtend zijn het er toch weer heel wat, en elke passerende trein geeft je, als je zo in je tentje ligt, het gevoel dat hij zo direct over je heen gaat rijden. 



Slapeloze nacht is een understatement. Bovendien is het fris in Zwitserland, dus steek behalve je neus niets anders onder de dekens uit, want dan koelt het erg af. We liggen elk afzonderlijk in een soort envelopjes van dunne stof en hebben een groot 2-persoons dekbed met overtrek over ons allen heen. Dicht bij elkaar gekropen begrijp ik ineens hoe letterlijk het woord “nestwarmte”, in relatie tot je kinderen, ooit bedoeld is.


Maandag 25 juli

Na een lange nacht, die voor ons toch al om 5.00 uur ophoudt, staan we op. Snel weg uit dit mooie maar dure, koude en vochtige land. Snel naar ons warme, tweede vaderland!

Het inpakken van alles en samenvouwen van de tent gaat minder soepel dan bij het oefenen thuis, maar toch redelijk goed. Om 6.30 zitten we in de auto en zijn we weer op weg, we ontbijten wel onderweg, want ook vers brood hebben we niet kunnen kopen en de crackers en peperkoeken wil ik als reserve aanhouden: wie weet in wat voor situatie we nog belanden. Zelf kan ik enige caloriereductie nog wel handelen, maar die arme kindersprietjes hebben hun porties koolhydraten en vitamines wel nodig.

Richting Luzern en Gottardo. Definitief besloten om de tunnel te nemen, hoe cliché ook, maar de motor wordt al snel warmer, ook weer bij het vals plat richting Gotthard. Ik wil voorkomen dat het metertje meer uitslaat. Kwartier oponthoud vóór de Gotthard tunnel, dat valt mee. We maken onze laatste Zwitserse Francs, die we gisteren hadden gepind (wel een tip), op aan een lekker hapje onderweg. Vlak voor de grens nog getankt.

Iets langer, bijna een uur, oponthoud op de ring van Milaan. Dat valt tegen. Het raakt al tegen lunchtijd, dus we nemen het er even van. Door de bochtige, veelal van tunnels voorziene route, met wisselend stijgings- en dalingspercentages konden we met ons kleine dopje vaak maar een beperkte snelheid aanhouden, tussen 70 en 110 km/u. Nu we na Milaan over de A7 richting Genova rijden, gaat “plankgas” erop, we rijden eindelijk 120 km/u en halen een enkele keer, dankzij de warme motor, zelfs 130 km/u. Een aantal keer stoppen voor de noodwendige pauzes. De snelweg wordt al schilderachtiger en dus bewerkelijker qua rijden als we Genova naderen. In de Po-vlakte was het trouwens behoorlijk warm. Wel lekker zonder airco, zo.

Als ik weer eens “servizio” (Agip) zie staan, gaat, figuurlijk dan, een lampje branden: de zekering! Ik sla af naar het service station om mijn geluk te beproeven. Het vrouwtje aan de kassa van het tankstation probeert ons nog wijs te maken dat de service afdeling vandaag “chiuso” is, maar buiten gekomen, lopen we de technicus tegen het lijf, een tandeloze maar zeer behulpzame pre-pensionado, die het probleem bestudeert, bevestigt dat het de zekering moet zijn (“è morto”, “hij is dood”). Geheel kostenloos vervangt hij de zekering en laat mij zien welke het is (derde van links) en hoe ik hem volgende keer zelf kan vervangen. Ik vraag hoe ik hem kan bedanken (ringraziare), want ik zie hem geen rekening opmaken, gewend als ik ben aan de Nederlandse rituelen. Nee, niks wil hij hebben, ook niet om er eentje te gaan drinken. We bedanken de man vriendelijk en volgen onze toch. +1 voor deze Agip medewerker!

Bij Genova slaan we al eens de campinggids open, want we hebben nog niet echt een doel bepaald, wat een duidelijke inschattingsfout zal blijken. Evenals het feit dat we niet gewoon in het merengebied een verblijf hebben gezocht, want we hadden al lang genoeg gereden. Maar zowel de kinderen als ik wilden graag naar de kust. Zon en zee gingen we opzoeken!

Als we langs Genova rijden (wat gaat die rit aan tol kosten, we zitten nog steeds op de autostrada), zien we in de verte de zee liggen. Omdat de combinatie camping en grote havenstad mij een ongewenste of zelfs onmogelijke optie lijkt, rijden we nog maar even door. Het wordt wel al later op de middag. Gaan we dichtbij, of rijden we door tot voorbij La Spezia, naar bijvoorbeeld Marina di Massa, waarvan we weten dat er aangenaam strand en mogelijk campings zijn te vinden. De kinderen kiezen voor het laatste, maar ik maak eigenwijs de volgende inschattingsfout: we slaan nog vóór La Spezia af (de afrekening viel trouwens mee, € 14,80) en rijden richting Levanto en Monterosso al Mare (nabij Cinque Terre). Eindeloos rondrijden en rondvragen: vol, te duur (54 euro p.n. voor een kaal achterafplekje op een camping kilometers van de kust af. Niet echt “aan het strand”, terwijl ik best concessies wil doen. Conclusie: na een verlies van ruim anderhalf uur en bijbehorende bezine en portie geduld, draaien we weer de snelweg op. Mooi gebied, maar een beetje verpest. Veel Nederlandse en Franse kentekens ook...

De vermoeidheid komt de stemming van ons allemaal niet ten goede. En het zijn steeds zo'n engeltjes – je hebt er geen kind aan, zou ik bijna zeggen. “Het komt goed schatje” (zoals in de reclame) is niet van de lucht. Maar wie moet wie troosten, met zo'n domme vader? Als troost nemen we maar een uitgebreide pauze: eerst eens wat eten. Bij uitzondering dan maar een petit diner in een wegrestaurant, gewoon je een keer laten afzetten, want de prijs valt mee, maar het eten tegen. Gelukkig vult de instant spaghetti wel de kindermaagjes. Ze hebben het verdiend.

Gelukkig volgt na La Spezia al snel de afrit naar Carrarra, en we vervolgen de weg naar Marina di Carrarra. Ook daar eerst vergeefs rondvragen, maar uiteindelijk komen we bij een heel charmante camping in Marina di Massa, genaamd Luna (“maan”). Direct aan de strandboulevard, een mooie ruime plek in de schaduw. Het is inmiddels tegen 20.00 uur. Welke reden zou ik nog kunnen hebben om dit niet te accepteren. Name your price! Quanto devo pagare. Het “valt mee”, € 45 p.n. Voor ons allen. Ik zeg toe dat we minimaal een nacht blijven. Forse qualche giorno di più, misschien een enkele dag meer. Eindelijk, we kunnen uitpakken. Tent opzetten, wat nu sneller gaat dan ooit. Thuisfront geruststellen (“We zijn meer dan 12 uur onderweg geweest.” / “Wat, dan zitten jullie zeker in Sicilië!”).

's Avonds de boulevard en het strand verkend (-1 voor de private stranden, le spiaggie private, die ook hier het grootste deel in beslag nemen) en een heerlijk ijsje gegeten, ons eerste echte Italiaanse, door de eigenaar gemaakte (artigianale) ijs!


Dinsdag 26 juli

Heerlijk geslapen! Zeker in verhouding tot gisteren. En de dag begint met schitterend weer. Op naar het strand!

We ontbijten rustig, met vers Italiaans brood, en de zelf meegenomen jampjes, chocopastaatjes etc. Het is om 9.00 uur al behoorlijk op temperatuur. Rond half 11, na opruimen e.d. Zitten we dan eindelijk, ongecompliceerd, aan het strand.

Wordt vervolgd...

0 reacties:

Een reactie plaatsen